Vlaanderen vakantieland op TV één

Ladakh, of Klein Tibet

Ladakh, of Klein Tibet
Zaterdag 13 sept. 18:10u op één
Maandag 15 sept. 15:00u op één

Ladakh, het dak van India
Ladakh heet toepasselijk ook 'The Moonland'. De maan mag dan ruw en desolaat zijn, Ladakh vormt de voet van de Himalaya,
een onafgebroken keten van woeste hooggebergten en eeuwige sneeuw. Het leven is er haast onmogelijk.
Ladakh heet nog toepasselijker ook 'Little Tibet'. Geografisch gezien ligt het in het uiterste noorden van India maar het behoorde eeuwenlang tot het oude Tibetaanse Rijk.
In tegenstelling tot het echte Tibet kan je hier ongedwongen de Tibetaanse cultuur beleven.

Reporter Vincent Verelst en ploeg reizen samen naar het dak van India en het dak van de wereld. 2 afleveringen lang voelen ze zich
heerlijk afgezonderd van de rest van de wereld in misschien wel de meest inspirerende en mooiste decors die ze ooit zullen zien.

Ladakh is vooral geliefd bij rugzaktoeristen en trekkers. Niet weggelegd voor iedereen.
Dagenlang steek je bergpassen over boven 4000 meter zonder ook maar iemand tegen te komen.
In de dorpen geen elektriciteit, internet of telefoon. Best eerst maar eens de nabije toekomst bekijken bij het lokale orakel...

Benen ingesmeerd en dan is het aan Reporter Vincent Verelst! Samen met zijn gids Angchuk en een aantal dragers vertrekt hij in het dorpje Mangyu in de Sham-vallei voor een driedaagse trekking.
De paarden en ezels effenen het pad met het materiaal. Overal waar je om je heen kijkt komen echt de meest dramatische landschappen tevoorschijn.

Zonder de Indus-rivier zou leven in Ladakh helemaal niet mogelijk zijn. Maar deze heilige stroom biedt meer dan dat.
Je kunt er nu ook op raften! Je glijdt tussen de fantastische berglandschappen door,
daar waar je normaal niet kunt komen. De wortels van het boeddhisme in Ladakh zijn verankerd in de bergen van Lamayuru.

Daar staat meteen ook het mooiste en oudste klooster.
Deze plek ademt werkelijk het rijke verleden van Ladakh en de inspirerende krachten van het boeddhisme.
Een meer gepaste plek om deze onvergetelijke reis af te sluiten bestaat niet.

Reporter: Vincent Verelst Regie: Marijne Bruggeman



Karma, de webmaster van de Vrienden van Tibet is ook al twee keer in Ladakh geweest.

Hieronder geeft hij zijn reisverhalen weer.

De eerste keer was ik in 1999 in Ladakh. Ik ben toen naar de hoofdstad Leh geweest met de bus vanuit Manali, India, over de Rothang pass op meer dan 5000 meter hoogte.

Niet zo aangenaam voor 'n astmalijder maar gelukkig is de regenval ongeveer 2mm per jaar en is er ook veel zon. Het voordeel is dat het overdag lekker warm is, maar voor mij persoonlijk mocht de nacht zo snel mogelijk voorbij zijn.
Ik moest de hele nacht door hijgen alsof ik net een marathon gelopen had, maar wanneer de zon opkomt is de ellende vlug vergeten.
En met de warmte werd mijn ademhaling ook relaxter.

Toen ik toen in Ladakh was, was er net weer eens een bomaanslag geweest in Kashmir, en we waren met de allereerste bus na die schermutselingen vertrokken.
Onderweg ben ik veel Indische soldaten tegengekomen met vrachtwagens, en in elk dorpje werden die onthaald met limonade, bloemenkrans en een hartelijk welkom van de lokale Indiërs.
Aangezien ik een woordje Hindi en Punjabi spreek, heb ik mee kunnen genieten van dit intermezzo.
Onze bus moest eerst in een militair kamp verblijven, maar dat zag niemand zitten. Ik was dus de enige (toerist) die het voor mekaar kreeg bij die Indiërs dat we daar direct weg konden.
De reis naar Leh duurde twee dagen, en onderweg kwamen we in een soort van tentenkamp terecht, met de naam "Pang" wat "groene oase" betekent.
Het grappige was dat er in de verste verte geen sprietje gras te bespeuren viel, er was niets anders dan rotsen en snelstromende rivieren.
Wel geweldig mooi, en elk tentje in "Pang" heette ook "Pang": "Pang"-restaurant, "Pang"-drankgelegenheid, "Pang"-overnachting... Een tiental tentjes waar de Ladakhi (de mensen van Ladakh) hun waren, drank en diensten verkochten.

De uitstappen naar de lokale kloosters zijn echt de moeite waard. Er was toen op dat moment net een Tibetaans lamadansfestival in één van de kloosters.
De abt, de hoofdlama van het klooster, was uitzonderlijk vriendelijk, en gaf zijn vriendelijkste glimlach voor elke foto die ik maakte.
Ze vonden het grappig dat ik Tibetaans sprak, wat weinig verschilt van het Ladakhi.
Het verschil zit er in dat de woorden volledig worden uitgesproken, daar waar de achtervoegsels in het Tibetaans meestal niet worden uitgesproken of verwijzen naar een klankverbuiging.

Zo werd ik langs de weg waar Ladakhi vrouwen een picknick hielden, uitgenodigd op de Tibetaanse boterthee.
Ik zeg al eens dat ik waarschijnlijk de enige Belg ben die dat graag lust.
Deze gekarnde boterthee is krachtig van smaak en gezout. Daar drinkt men wel tientallen koppen van, en op die grote hoogte is het noodzakelijk om veel te drinken.

Toch zijn er in Ladakh oases van groen en zelfs bomen. Deze worden gekoesterd, en geven kleur aan het anders zo dorre land.
Er zijn kinderen die nog nooit een boom gezien hebben. Als je dan probeert uit te leggen dat dit iets is dat leeft en groter is dan een huis, bekijken ze je vol ongeloof.

In Leh zal je geen honger lijden, Er waren daar meer "German Bakery's" dan in mijn eigen gemeente in België, met de lekkerste appeltaarten en cinnamon rolls (kaneelkoeken). Geïmproviseerde kleiovens geven de lekkerste koeken,
en op elke hoek rook het dan ook geweldig.
Kullu, de vallei voor je Ladakh binnenkomt, is bekend voor zijn appelboomgaarden.
Niet erg ter zake, maar de allerbeste apfelstrüdel heb ik gegeten in Rajastan, "Jaisalmer", de woestijnstad onder Punjab in Indië.
Dankzij de toeristen vind je nu dus gebak tot in alle uithoeken, en niet te vergeten de cyberplaatsen waar je kan internetten.

Dan ben ik nog eens teruggegaan naar Ladakh in 2000 of 2001, het was toen de Dalai Lama een Kalachakra-initiatie gaf in Spiti, aan de andere kant van Leh, meer tegen de Tibetaanse grens.
En voor die gelegenheid heeft de Dalai Lama voor berijdbare wegen gezorgd, en zelfs een riviertje afgeleid zodat we ons konden wassen en thee maken. Er was een tentenkamp opgericht voor duizenden mensen.
's Nachts was er zelfs verlichting, door de verlichtingspalen met zonnepanelen, die in de dag voldoende konden opladen.
Er werden zelfs toiletten gebouwd en een groot aantal Indiërs zijn meegereisd om tijdelijke restauranttentjes te openen.
Er was zelfs een circus, waar een vader zijn kinderen liet koorddansen, en de baby van enkele maanden vervaarlijk liet rondzwieren in een mand bevestigd aan een hoge paal.

Het was zodanig warm overdag dat de Dalai Lama besliste enkel vroeg op de dag en laat in de namiddag onderricht te geven.
Dat wil dus zeggen tweemaal per dag op en neer naar het Spiti-klooster dat hoog op een bergtop ligt.
's Avonds sliepen we in het tentenkamp en in onze tent lagen mensen die ik al eerder tegenkwam in Dharamsala.
Onder andere een Brit die Tai Chi beoefende en graag schaak speelde en aan heroïne verslaafde Fransman die probeerde door het geluid van Tibetaanse klankschalen te genezen. Hij liep altijd rond met een klankschaal in de bergen en elke dag kocht hij er wel één, telkens met een andere toonhoogte.
Op de duur had hij er wel een stuk of 8, en je kan die toch vergelijken met grote koperen kookpotten.
Hij speelde ook nog eens trompet en had een kleine maar professionele reisversie van een trompet bij.
Verder ook nog wat Amerikanen, het was 's avonds best een gezellige boel. Het enige nadeel voor mij was mijn astma, maar een kleine ellende is snel vergeten bij het dagelijkse schouwspel van de bergen.

En gelukkig dat er wel iemand lippenzalf bij had, het zijn soms kleine dingen waar men niet aan denkt.
Op deze hoogte kan je verbranden door de zon, en in de schaduw kan het ijskoud zijn. Zo zien er veel Ladakhi uit met vlekken in hun aangezicht door op het land te werken in de zon.
De Tibetanen die vanuit Indië waren meegekomen en dit meemaakten, verzamelden allerlei gewassen en geneeskrachtige kruiden daar ter plaatse, met als gevolg dat iedereen hetzelfde deed.



Karma.

terug naar boven